SCHRIJF JE HIER IN

Inschrijven kan tot en met maandag 5 juni. Annuleren nadien is niet meer mogelijk! 

 

Op 5 juni 2023 mocht het UFC partners uit verschillende domeinen zoals justitie, hulpverlening en beleidsmakers ontvangen voor een lezing rond het beroepsgeheim. De lezing werd fysiek georganiseerd in het Klooster van Grauwzuster aan de Universiteit Antwerpen.

Onze dagvoorzitter en directeur, prof. dr. Goethals, voorzag het openingswoord. Hij startte met een casus waar duidelijk belicht werd dat beroepsgeheim in de praktijk een hekelpunt kan zijn op vlak van samenwerking, maar ook het algemene begrip rond beroepsgeheim. Verder kondigde hij de gastspreker aan, na een korte toelichting over het onderwerp en het programma van de dag.

Prof. dr. Tim Opgenhaffen is docent in onder meer het gezondheidsrecht aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij doceert ook vakken in het sociaal recht aan de Katholieke Universiteit Leuven. Zijn onderzoek bevindt zich op snijvlak van het gezondheidsrecht en het sociaal recht, met in het bijzonder een focus op patiëntenrechten, beroepsgeheim en de organisatie van de gezondheids- en welzijnszorg. Prof. Opgenhaffen is bijgevolg de uitgelezen persoon om deze studievoormiddag inhoudelijk vorm te geven.

Het eerste dagdeel bestond uit een algemene uiteenzetting over het beroepsgeheim en het delen van informatie met andere hulpverleners. Vaak leeft er de misvatting in de praktijk dat informatie overdracht binnen de kaders van het beroepsgeheim onmogelijk is. De spreker bewees het tegendeel en gaf een helder overzicht over situaties waarbij informatie delen met andere hulpverleners wél kan. Enerzijds werden de opties rond het gedeeld en gezamenlijk beroepsgeheim toegelicht, alsook het toepassingsgebied. Waar gedeeld beroepsgeheim geldt in dezelfde hulpverleningscontext met mensen gebonden aan het beroepsgeheim en uitwisseling van noodzakelijke gegevens, handelt gezamenlijk beroepsgeheim onder dezelfde criteria met als bijkomende punten dat het geldt binnen één team en ook kan gaan over nuttige gegevens. Ook de optie toestemming van de cliënt/patiënt werd belicht, waar meteen enkele kritische bedenkingen naar boven kwamen. Bijvoorbeeld het verkrijgen van toestemming in een gedwongen of aanklampende context en instemming krijgen van wilsonbekwame cliënten blijven een valkuil voor de praktijk. Daarom adviseert de expert informatiedoorstroming zo veel als mogelijk via, of in de aanwezigheid van, de cliënt/patiënt. Verder lichtte prof. dr. Opgenhaffen ook de noodtoestand toe, wat ook een mogelijkheid kan bieden om informatie te delen in geval van nood, namelijk als er een identificeerbaar slachtoffer mogelijk in gevaar is. De boodschap die het publiek mee kreeg: In een noodtoestand is niets doen absoluut geen optie, maar iets doen betekent niet noodzakelijk het doorbreken van het beroepsgeheim.

Na een korte pauze ging de lezing verder met het beroepsgeheim en de relatie met justitie. Het tweede deel stond in het teken van de relatie met justitie in vijf vragen. Zo ging het over wat te doen in een acute en ernstige situatie, hoe kan je samenwerken met justitie, wat de grenzen zijn van informatieoverdracht, wat je als hulpverlener kan vertellen tijdens een onderzoek en wat te doen bij ontvluchting van een cliënt. De spreker verduidelijkte onder andere ook de meest voorkomende meldrechten en dat er geen gedeelde finaliteit bestaat binnen de actoren justitie en hulpverlening, en zodanig er in deze specifieke context geen gedeeld beroepsgeheim. Verder onthouden de deelnemers in welke gevallen men de politie kan waarschuwen en hoeveel er mag gedeeld worden.

Het deel omtrent beroepsgeheim en de toepassing ervan bij naasten van cliënten/patiënten kon omwille van de tussentijdse discussies en interactie niet gegeven worden. We hervatten dit deel in een nieuwe studiedag die zich zal richten op ‘contextgericht werken met zedenplegers’.

De lezing werd goed onthaald door het netwerk en kreeg een gemiddelde score van 8/10 van de deelnemers. Het publiek was erg positief over de discussies en knelpunten vanuit de praktijk die aan bod konden komen. Het gaf de mogelijkheid om verschillende partners elkaars grenzen in het delen van informatie te horen, alsook de moeilijkheden die ze er bij ervaren. Verder werd nog als algemene feedback gegeven dat er nog meer tijd mocht voorzien worden voor discussie en nabespreking.